maandag 29 januari 2018

Poëzieweek!

Tijdens de poëzieweek gaan we natuurlijk aan de slag met gedichten!
Elke ochtend zoeken we het ontbrekende woord in een raadgedicht, en op vrijdag schreven we zelfs onze eigen extra strofe bij dit gedicht van Bas Rompa:

Voor de klas

Ik wou dit ik een slak was
dan kroop ik in mijn huisje weg

een wandelende tak was
onzichtbaar in een kale heg

👀

ik wou dat ik behang was
bij het plafond daar bovenaan

maar liever nog niet bang was
om dadelijk voor de klas te staan.


Op de plaats van de oogjes komen onze extra regels:

ik wou dat ik een lintworm was
dan kon ik me verstoppen in een maag

een spin was
lekker in de haag
(Mathis)

ik wou dat ik een hond was
achter een boompje in het bos

een konijntje was
van achter het mos
(Line)

ik wou dat ik een hond was
lekker in mijn bak

een vogel was
lekker op het dak
(Cedric)

ik wou dat ik een muis was
in een holletje

een poes was
dan kruip ik in een bolletje
(Litsa)

ik wou dat ik een microbe was
dan kruip ik in je mond

een wolk was
dan hang ik lekker hoog
(Oscar)

ik wou dat ik een mier was
dan kan ik onder de grond

een konijn was
(Niels)

ik wou dat ik een mier was
dan kon ik onder de blaadjes kruipen

of een egel was
dan kon ik sluipen
(Julie)

ik wou dat ik een muis was
dan verstop ik me in een huisje

een luis was
dan kruip ik in het haar van pluisje
(Ethan)

ik wou dat ik een kameleon was
in het gras

ik wou dat ik een mol was
onder een tas
(Kaat)

ik wou dat ik een grassprietje was
achter een boom verstopt
(Jian)

ik wou dat ik een muis was
ik kan me tussen de bladeren verstoppen

een sprinkhaan was
dan kan ik iedereen foppen
(Charlotte)

ik wou dat ik een salamander was
dan was ik klein

een big was
dan is het fijn
(Lewis)

ik wou dat ik een mier was
dan zat ik lekker onder de grond

een kip was
dan was ik in mijn hok (pok)
(Liere)

ik wou dat ik een bij was
dan kon ik in een bijenkorf zitten

een mier was
veel beter om te weten
(Lore)

ik wou dat ik een konijn was
lekker in mijn holletje

een vlinder was
dan word ik minder gezien
(Linde)

ik wou dat ik een worm was
lekker onder de grond

een muntje was
lekker in de juf haar mond
(Maxim)

ik wou dat ik een kussen was
dan lig ik in bed

ik wou dat ik een deken was
dan doe ik niets
(June)

ik wou dat ik een egel was
lekker onder mijn bladeren

ik wou dat ik een regeldruppel was
dan val ik in de zee
(Cas)

ik wou dat ik een muis was
dan kon ik in een holletje

kruipen
dan vindt de kat mij niet
(Morgane)

ik wou dat ik een vlieg was
dan ging ik in een huis

een mier was
dan ging ik in een glas
(Inger)